Hoe verslavend is suiker nu écht?

Typ ‘suikerverslaving’ in bij Google en je krijgt 31.900 hits. Er zijn talloze experts die je van je suikerverslaving kunnen genezen. Er zijn vele boeken geschreven over dit onderwerp en de eerste ‘suikerverslaving coaches’ hebben hun praktijk geopend. Gemiddelde Nederlander: “Er zal dus wel wat van kloppen, van die suikerverslaving.”

Om te achterhalen of suiker inderdaad verslavend is zullen we eerst moeten kijken wat een verslaving is. Vervolgens kijken we of suiker aan die eigenschappen voldoet. Daar gaan we.

Wat is een verslaving?
Volgens wikipedia moet een verslaving voldoen aan de volgende eigenschappen:

Wikipedia: Verslaving is een toestand waarin een persoon fysiek en/of mentaal van een gewoonte of stof afhankelijk is, zodanig dat hij/zij deze gewoonte of stof niet, of heel moeilijk los kan laten. Het gedrag van de persoon is voornamelijk gericht op het verkrijgen en innemen van het middel, of het handelen naar de gewoonte, ten koste van de meeste andere activiteiten. Als het lichaam deze stof of gewoonte dan moet loslaten kunnen er ernstige ontwenningsverschijnselen optreden bij deze persoon.

Als we dit projecteren op suiker;
a. dan moet je dus fysiek afhankelijk zijn van de stof
b. obsessief gedrag vertonen om de stof te verkrijgen ten koste van andere activiteiten
c. er moeten ernstige ontwenningsverschijnselen optreden bij het loslaten van de stof.

En pas als aan alle eigenschappen is voldaan, ben je verslaafd.

Voldoet suiker aan de kenmerken van een verslaving?
Voor wat betreft a (fysieke afhankelijkheid): het lichaam kan niet functioneren zonder koolhydraten. Maar niet alle koolhydraten zijn suikers. Lang is gedacht dat glucose, bloedsuiker, de enige brandstof was waarop hersenen kunnen functioneren. Inmiddels is deze informatie achterhaald. Onze hersenen functioneren ook op melkzuur en vetzuren. Koolhydraten blijven echter noodzakelijk als primaire brandstof voor snellere bewegingen. De hoeveelheid koolhydraten die je nodig hebt is afhankelijk van je dagelijkse beweging en gewenning. Er is echter nog nooit een wielrenner geweest die de tour heeft gereden zonder suikers. Bij het leveren van een sportieve prestatie ben je dus afhankelijk van koolhydraten, mogelijkerwijs zijn dit suikers.

Voor wat betreft b (obsessief gedrag):
 dit is een lastige. Ik heb nog nooit dat iemand naar de supermarkt moest voor een pak suiker, om vervolgens het pak suiker thuis op te eten. Voor niet-sporters gaat het obsessief gedrag dus niet op.

Kijken we naar sporters, dan kennen zij het fenomeen ‘hongerklop’. Als de glycogeen/suiker voorraad leeg is kun je de intensiteit niet volhouden. Je wordt rillerig, krijgt honger, gaat wazig zien. In dit geval vertelt je lichaam je heel duidelijk dat je suikers nodig hebt. Zo niet, dan gaat de intensiteit van bewegen drastisch naar beneden. Dan kom je ‘de man met de hamer’ tegen.

Voor wat betreft c (ontwenningsverschijnselen): dit is mogelijk. Een veelvoorkomend verschijnsel wanneer mensen stoppen met suikerconsumptie is hoofdpijn en een zwak/rillerig gevoel. Toen ik in 2014 een sportvasten kuurvolgde heb ik het 8 dagen lang ijskoud gehad. Dit kwam door een verlies van koolhydraten en een sterk verlaagde energiebalans.

Koolhydraten Vs. suikers.
Als je zo kijkt naar de kenmerken van een verslaving dan lijkt het alsof suiker daaraan voldoet. Zeker als een sportieve prestatie moet worden geleverd ben je in meer of mindere mate afhankelijk van koolhydraten. Echter, niet alle koolhydraten zijn suikers. Daar gaan veel mensen de mist in. Hoe zit dat dan?

Koolhydraten zijn in te delen in vier categorieën:
1. Monosachariden: korte ketens met enkelvoudige suikers.
2. Disachariden: korte ketens met tweevoudige suikers.
3. Oligosachariden: middellange ketens met meervoudige suikers (3-9 eenheden).
4. Polysachariden: lange ketens met verschillende monosachariden.

Mono- en disachariden
 worden aangeduid als ‘snelle suikers’ en vind je terug in sportdranken en snoep, maar ook in fruit. Deze koolhydraten smaken zoet en worden snel in het lichaam opgenomen.

Oligosachariden
 zijn suikers uit o.a. groenten. Deze smaken niet extreem zoet en worden minder snel in het lichaam opgenomen.

Polysachariden 
zijn o.a. zetmeel. Deze smaken ook niet zoet en worden afhankelijk van de samenstelling sneller of minder snel in het lichaam opgenomen.

In de volksmond worden met suikers vooral mono- en disachariden bedoeld. De snelle suikers die snel worden opgenomen in het bloed en dus zorgen voor een snelle stijging van de bloedsuikerspiegel. De opnamesnelheid in het bloed wordt de ‘glycemische index (GI)’ genoemd. Een hoge GI betekent dat de koolhydraten snel worden opgenomen in het lichaam. Hoe lager de GI hoe trager dit proces gaat.

Het is bekend dat een snelle stijging van de bloedsuikerspiegel zorgt voor een bloedsuikerpiek. Deze piek wordt gevolgd door een dip. Daar komt de ‘after-dinner dip’ na het avondmaal vandaan. Na een kortstondige opleving van de energie crasht deze. Het lichaam geeft een hongersignaal af, waarna een nieuwe voorraad koolhydraten wordt verlangd. Geef je hieraan toe dan zul je de hele dag door energieke momenten afwisselen met suikerdips. Niet prettig.

Dit wordt in onderstaande grafiek weergegeven:

suikerspiegel

Schommeling in bloedsuikerspiegel bij een hoge GI.

Bij het eten van producten met een lae GI gebeurt het tegenovergestelde. De afgifte van glucose gebeurt regelmatig gedurende de dag, waardoor de bloedsuikerspiegel veel gelijkmatiger blijft en suikerdips worden voorkomen. Dat zie je hieronder:

suikerspiegel2.png

Schommeling in bloedsuikerspiegel bij een lage GI.

Als we kijken naar onderstaande lijst met de GI van bepaalde voedingsmiddelen dan valt op dat vezelrijke voeding een lagere GI heeft. Kijk maar naar het verschil in wit brood (GI 70), bruin brood (GI 65) en volkorenbrood (GI 40). Mijn advies: als je brood wilt eten, kies dan voor volkorenbrood.

Wat verder opvalt is dat fruit een relatief lage GI heeft. Dit ook weer vanwege de vezels in fruit. Er is dus een groot verschil tussen het drinken van sinaasappelsap (GI 65) en het eten van sinaasappels (GI 35).

GI lijst

De GI van afzonderlijke producten zegt overigens nog niet zoveel. Een maaltijd bestaat altijd uit een combinatie van voedingsmiddelen. Dat noemen we de Glycemische Lading. Aardappelen en wortelen hebben een hoge GI, maar een stuk kipfilet compenseert dit weer. Een gezond iemand hoeft zich dus niet zo druk te maken over zijn bloedsuikerspiegel. Voel je je vaak futloos en slap, dan loont het de moeite om eens wat producten met een hoge GI in te wisselen voor voeding met een lage GI. Witte rijst wisselen voor zilvervliesrijst en tarweproducten tegen de volkoren variant.

Is het zo simpel? Vaak ligt de oplossing in hele kleine aanpassingen!

Overigens denken veel mensen dat deze schommelingen in bloedsuikerwaarden de reden zijn van overgewicht en suikerverslaving. Maar dat is niet zo. De energiebalans is hierin leidend.

Is SUIKER verslavend?
Nu we de werking van koolhydraten en verslavingsmechanismen weten kunnen we terug naar de kern: is suiker verslavend?
Het lijkt er wel op als je kijkt naar de verslavingsmechanismen. Het antwoord is echter NEE. Suiker is NIET verslavend. Zoals wel vaker leidt het stigmatiseren van één enkel voedingsmiddel niet tot de gewenste oplossing.

De crux zit hem in het feit dat suiker, kristalsuiker, als opzichzelfstaand product niet leidt tot het aanzetten van de verslavingsmechanismen. Het is de combinatie van suiker met andere producten die de eventuele verslaving in gang zetten.

Geloof je met niet? Doe dan onderstaand experiment mee.
- Neem 4 eetlepels kristalsuiker en 250 gram slagroom.
- Pak een theelepel.
- Neem een theelepel suiker en eet die op.
- Neem ook een theelepel slagroom en eet die op.
Beide afzonderlijke producten nodigen niet uit om er meer van te eten.

Gooi beide producten nu in een beslagkom en klop er slagroom van.
Proef nu nog eens.
Probeer dat maar eens te beperken tot 1 theelepel, dat is bijna niet te doen.

Ik demonstreer het in onderstaande video:

De eventuele verslaving zit in de combinatie van producten. Als suiker verslavend zou zijn, zou je een kilo suiker achter elkaar op willen eten. Dat doet niemand. De bak met slagroom kun je echter zonder veel moeite leeg eten.

Dit wordt de dooreetfactor genoemd. Deze dooreetfactor triggert het beloningssysteem in de hersenen op een ongewoon sterke manier. Sommige tests wijzen uit dat hetzelfde hersengebied hierbij actief is als bij het gebruiken van cocaïne. Of voeding daarmee verslavend kan zijn wordt momenteel volop onderzocht.

Feit blijft dat de combinatie van koolhydraten en vetten nergens in de natuur voor komen. Koolhydraten vind je bijvoorbeeld in fruit en vetten komen voor in melk. Mix je deze ingrediënten, dan heb je de dooreetfactor te pakken.
Cheesecake anyone? Aardbeien met chocolade, chips, suikerpinda’s? Allemaal voorbeelden van slim gebruik van de dooreetfactor.

Zo, deze fabel is ook weer ontkracht. Als je op feestjes een vriendin hoort prediken dat ze van haar suikerverslaving af is, kun je dit artikel onder haar neus schuiven en daarna lekker genieten van een stuk appeltaart. Hoef je je daar ook niet meer schuldig over te voelen.

Overige bronnen: http://www.sciencedirect.com/science/article/pii/S0149763407000589